Veldwerk voor staande honden is het werk voor het schot, dat wil zeggen dat de jachthond vrij in het veld wordt voorgejaagd door de jager, waarbij de hond “op de wind” loopt en voor de jager door slagen maakt in het veld. Op deze manier zal de hond proberen wild op te sporen en voor te staan. Het is een natuurlijke aanleg van de Staande jachthond die systematisch zoekt, en daarbij gebruikt maakt van de wind. Komt de hond in verwaaiing van veerwild zal deze proberen het wild te blokkeren door met zijn voorstaande houding te zorgen dat het wild niet onder hem vandaan durft te lopen. De hond blokkeert het wild en wacht op de voorjager. Dit gebeurt in de jachtpraktijk en door middel van de zogenaamde veldwedstrijden in zowel jeugd- en open klasse in het voor en najaar. Daar wordt beoordeeld op basis van stijl, jachtpassie en “steadiness”
Een hond die voorstaat toont zich met een hoge kophouding in de wind, volstrekt strak, gebiologeerd door wat hij ruikt en waar het vandaan komt. Vaak ook met één van de voorpoten licht opgetrokken. Hoe onbewegelijker, hoe zekerder de hond is van zijn zaak. Een hond die verwaaiing heeft en niet helemaal zeker is laat vaak een (licht) zwiepen van de staart zien.
“het gaat er om dat de hond zorgt dat het wild niet meer durft te rennen en nog niet gaat vliegen”.
Voorstaan is niet uitsluitend het op verwaaiing vinden van wild in een jachtveld. Ook het ‘vastzetten’ (arret) van het wild is een essentieel onderdeel van het voorstaan. We gebruiken de eigenschap van het veerwild om in eerste instantie te vluchten door weglopen, vervolgens zich (tegen de grond) drukken. Pas in het uiterste geval zal het wild opvliegen om zo alsnog te vluchten. Zoals een bekende keurmeester het stelde: “voorstaan is het zorgen dat wild niet meer loopt en net niet wegvliegt.”


