rasst-pic transOpsteller: Verein Deutsch Drahthaar e.V.
Land van herkomst: Duitsland
Nummer rasstandaard / Geldigheidsdatum: Nr. 98 dd. 29 november 2000

Gebruik:

Conform het doel - het functioneren als allround jachtgebruikshond - moet de Duitse Staande Draadhaar alle vereiste aanleg bezitten en voor alle taken in het veld, in het bos en in het water, zowel vóór als na het schot, bruikbaar zijn.

Indeling FCI:

Groep 7 Staande honden
Sectie 1.1 Continentale staande honden met werkproef

Korte ontstaansgeschiedenis:

De Duitse Staande Draadhaar is een ruwharige staande hond, die volgens de
fokkerijbeginselen aan het einde van de 19e eeuw ( Griffon Korthals ) op basis van de ideeën van ”Hegewald” ( graaf Sigismund von Zedlitz und Neukirchen ) sinds de eeuwwisseling werd gefokt met het uitdrukkelijke doel, een evenwichtige en sterk presterende, draadharige Duitse jachtgebruikshond te creëren. Volgens het beginsel ”via de prestatie naar het type” en met de vrijheid van fokken consequent voor ogen, is uit het beste materiaal van de ruwharige rassen ( Poedelpointer, Griffon Korthals, Duits Stichelhaar ) en met inkruising van de Duitse Staande Korthaar in korte tijd een jachtgebruikshond ontstaan, die zich kenmerkt door een praktische, weerbestendige beharing en een veelzijdigheid op alle terreinen van de jachtpraktijk.
Door deze eigenschappen is de Duitse Staande Draadhaar binnen enkele decennia het populairste en betrouwbaarste ras onder de grote jachtgebruikshondenrassen in Duitsland en in vele landen van de wereld geworden.

Beschrijving

Algemeen voorkomen
Een staande hond van een adellijke verschijning, met een harde beharing die de huid volkomen beschermt en met een attente en energieke expressie. De bewegingen moeten krachtig, ruim, vloeiend en harmonieus zijn.

Belangrijke proporties
De romplengte en de schouderhoogte zijn bij voorkeur aan elkaar gelijk. De romplengte mag de schouderhoogte maximaal 3 cm. overschrijden.

Gedrag / Karakter
Standvastig, beheerst, evenwichtig, niet wildschuw of schotgevoelig, schuw noch agressief.

Hoofd
Passend bij de lichaamsgrootte en het geslacht. De hoofdlijn is licht divergend ( uiteenwijkend ).

Bovenzijde hoofd
Schedel: vlak, alleen aan de kanten enigszins rond, matig breed, met duidelijk zichtbare wenkbrauwen.
Stop: duidelijk zichtbaar aanwezig.

Gezichtsschedel
Neus: conform de haarkleur krachtig gepigmenteerd. Met goed geopende neusgaten

Vang: lange, brede, krachtige, diepe vang; lichte ramsneus

Lippen: dikke, aansluitende, niet overhangende lippen met een goede, bij de haarkleur passende pigmentering

Kaken / Tanden grote tanden. Krachtige kaken met een regelmatig en volledig scharend gebit, waarvan de bovenste rij snijtanden zonder tussenruimte voor de onderste rij snijtanden staat en waarvan de tanden verticaal in de kaak staan. Met 42 tanden conform de tandformule

Ogen: zo donker mogelijk, noch te diep liggend, noch uitpuilend. Met een
levendige, wakkere expressie. Op de oogbol aansluitende, goed
gepigmenteerde oogleden

Oren: middelgroot, hoog en breed aangezet en niet gedraaid

Hals
Middellang, krachtig bespierd, licht gewelfde neklijn, droge halslijn

Lichaam
Rugbelijning: recht en licht hellend

Schoft: geprononceerd

Rug: stevig, goed bespierd

Lendenen: korte, brede, bespierde lendenpartij

Kruis: lang en breed, licht hellend en goed bespierd. Breed bekken

Borst: breed en diep, met een geprononceerde voorborst en een zo ver mogelijk naar achteren doorlopend borstbeen. Met goed gewelfde ribben

Onderbelijning in een elegante boog, en buik: licht opgetrokken verlopend, droog

Staart
De lijn van de rug volgend, bij voorkeur horizontaal of licht naar boven gericht gedragen. Geen steile dracht. Te dik noch te dun. Voor het gebruik bij de jacht doelmatig gecoupeerd.
( In landen waarin de wetgever een coupeerverbod heeft uitgevaardigd, kan de staart ongecoupeerd blijven. De staart dient dan tot het spronggewricht te reiken en recht respectievelijk sabelvormig te worden gedragen. )

Ledematen
Voorhand
Algemeen: van voren gezien rechte en parallelle, van opzij gezien goed onder het lichaam staande benen. De afstand van de vloer tot de ellebogen dient ongeveer gelijk te zijn aan de afstand van de ellebogen tot de schoft

Schouders: goed schuin en naar achteren liggend schouderblad, dat krachtig is bespierd. Goede hoeking van schouderblad en opperarmbeen

Opperarm: zo lang mogelijk, goed en droog bespierd

Elleboog: aansluitend aan het lichaam, naar binnen noch naar buiten gedraaid Goede hoeking tussen opperarmbeen en onderarmbeen

Onderarm: droog en verticaal staand, met krachtig beenwerk

Pols: sterk

Voormiddenvoet: voldoende schuin staande voormiddenvoet

Voorvoeten: ovaalrond met goed aaneengesloten tenen en dikke, harde, sterke en goed gepigmenteerde zolen. De voeten staan parallel, zowel in de stand als in de beweging naar binnen noch naar buiten draaiend

Achterhand
Algemeen: van achteren gezien recht en parallel. Goede hoekingen in knie- en spronggewricht. Sterke botten

Dij: lang, breed en gespierd. Goede hoeking tussen bekken en bovenschenkel

Knie: stevig, met goede hoeking tussen dij en onderschenkel

Schenkelbeen: lang, gespierd en pezig

Spronggewricht: stevig

Achtermiddenvoet: kort, met verticale stand

Achtervoeten: ovaalrond met goed aaneengesloten tenen en dikke, harde, sterke en goed gepigmenteerde zolen. De voeten staan parallel, zowel in de stand als in de beweging naar binnen noch naar buiten draaiend

Gangwerk
Ruim uitgrijpend gangwerk, met een zo groot mogelijke paslengte en goede stuwing vanuit de achterhand, in voor- en achterhand recht en evenwijdig en met een fiere houding

Huid
Goed aanliggend. Zonder plooien

Beharing
Draadharig, hard, aanliggend en dicht. Dekhaar ca. 2 tot 4 cm lang; dichte, waterafstotende onderwol. De contouren van het lichaam mogen niet door vrij lang haar worden verdoezeld.
Het haar moet door de structuur en de dichtheid een optimale bescherming tegen weersinvloeden en verwondingen bieden. Het hoofd en de oren alsmede het onderste gedeelte van benen, borst en buik moeten korter en dichter, maar niet zachter behaard zijn. Geprononceerde wenkbrauwen en een krachtige, niet te lange maar zo hard mogelijke baard versterken de energieke gelaatsuitdrukking.

Kleur

  • Bruinschimmel, met of zonder platen
  • Zwartschimmel, met of zonder platen
  • Helschimmel
  • Bruin, met of zonder borstvlek

Andere kleuren zijn niet toegestaan.

Grootte
Schofthoogte:
reuen: 61 tot 68 cm
teven: 57 tot 64 cm

Fouten
Iedere afwijking van bovengenoemde punten moet als fout worden beschouwd, waarvan de beoordeling in nauwe relatie tot de mate van afwijking moet staan

Grove fouten

  • Korte, smalle of spitse vang
  • Zwak gebit
  • Slecht aansluitende oogleden
  • Holle rug en karperrug
  • Sterk overbouwd
  • Sterk naar binnen of naar buiten gedraaide ellebogen
  • O-benig, koehakkig of nauw, zowel in stand als in beweging
  • Voortdurende telgang in stap en in draf, stijf of trippelend gaan
  • Dun haar, ontbrekende onderwol

Fokuitsluitende fouten

  • Iedere vorm van geestelijke instabiliteit, met name schotschuwheid, wildschuwheid, agressiviteit, nervositeit of angstbijten
  • Bovenvoorbeet, ondervoorbeet, kruisbeet, het ontbreken van tanden ( uitgezonderd de P1 ), te nauwe stand van de vangtanden
  • Entropion, ektropion; ogen van verschillende kleur
  • Aangeboren knikstaart of stompstaart
  • Pigmentfouten

N.B.
Reuen moeten twee normaal ontwikkelde testikels hebben, die volledig in het scrotum zijn ingedaald

Bron: Verein Deutsch Drahthaar e.V. Rassestandard Deutsch Drahthaar
Vertaling: J.W. Keuper – beëdigd tolk-vertaler Hoogduitse taal